Ruwvoer eerst: waarom vezels de basis van elk rantsoen zijn
Het paard is gebouwd om de hele dag te vezelen. Waarom ruwvoer de motor van een gezonde spijsvertering is, en hoeveel je minimaal moet geven.
Een paard is een continue vezeleter. In de natuur graast het twaalf tot zestien uur per dag en neemt het kleine hoeveelheden tegelijk op. Zijn hele spijsvertering is daarop gebouwd. Wie de gezondheid van zijn paard serieus neemt, begint daarom niet bij de brok, maar bij het ruwvoer.
De dikke darm als fermentatievat
Het paard verteert vezels niet met eigen enzymen, maar met een enorme populatie micro-organismen in de blinde en dikke darm. Die fermenteren de vezels tot vluchtige vetzuren, een belangrijke energiebron voor het paard. Die microben willen een gelijkmatige, vezelrijke aanvoer. Grote zetmeelmaaltijden of lange periodes zonder ruwvoer verstoren dat evenwicht.
Hoeveel ruwvoer minimaal?
Als vuistregel geldt minimaal 1,5% van het lichaamsgewicht per dag aan droge stof uit ruwvoer, en 1,5 tot 2% is prettiger. Voor een paard van 500 kg komt dat neer op ongeveer 7,5 kg hooi per dag (op basis van droge stof). Onder de 1,5% neemt het risico op maagzweren, koliek en stereotiep gedrag toe.
Waarom lang vezelen zo belangrijk is
- Kauwen op ruwvoer laat het paard veel speeksel maken, dat de maag helpt bufferen tegen zuur.
- Een gevulde darm en een stabiele microbenpopulatie verkleinen de kans op koliek.
- Langdurig eten voorkomt verveling en het ontstaan van stalondeugden zoals kribbebijten.
Praktisch toepassen
Verdeel het ruwvoer over de dag en houd de tijd zonder voer kort, liefst niet meer dan vier tot zes uur. Een slowfeeder of net met kleine mazen rekt de opnametijd. Voeg krachtvoer alleen toe als het ruwvoer de energie- of eiwitbehoefte niet dekt, en geef het in kleine porties.
Vergeet het water niet
Water is de meest onderschatte voedingsstof. Een paard in rust drinkt in een gematigd klimaat ongeveer 3 tot 7 liter per 100 kg lichaamsgewicht per dag, dus al gauw 15 tot 35 liter voor een paard van 500 kg. Bij warmte, arbeid en een rantsoen met veel ruwvoer loopt dat verder op. Zorg dus altijd voor schoon, onbevroren water binnen handbereik.